86 procent vindt investeringen in innovatie belangrijk, maar slechts 42 procent verwacht dat dit leidt tot een productiever Nederland
De miljarden die het kabinet op Prinsjesdag vrijmaakt voor innovatie en technologie kunnen rekenen op brede steun: 86 procent van de Nederlanders vindt het belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in innovatie. Toch zijn zij er niet zonder meer van overtuigd dat deze investeringen ook de gewenste productiviteitsgroei opleveren. Slechts 42 procent vertrouwt erop dat extra overheidsinvesteringen in innovatie daadwerkelijk bijdragen aan een productiever Nederland. Dat blijkt uit een onderzoek van Ictivity onder ruim 1.000 Nederlanders.
Als Nederlanders aangeven wat volgens hen nodig is om de productiviteit te verhogen, noemen zij minder regels en administratieve lasten (38%), betere vaardigheden (31%) en slimmer georganiseerde werkprocessen (20%).
De uitkomsten komen op een moment dat productiviteit nadrukkelijk op de agenda staat. Tijdens Prinsjesdag werden opnieuw miljarden beschikbaar gesteld voor onder meer een nationale investeringsinstelling, disruptieve innovatie, het Nationaal Groeifonds en kunstmatige intelligentie. Met die investeringen wil het kabinet de economische groei en productiviteit versterken.
Innovatie krijgt steun, maar niet tegen iedere prijs
Nederlanders steunen investeringen in innovatie, maar vinden niet iedere consequentie van extra overheidsuitgaven acceptabel. Slechts 23 procent vindt het aanvaardbaar dat de overheid minder investeert in andere beleidsterreinen om meer ruimte te maken voor technologische ontwikkeling. Nederlanders voelen ook weinig voor oplossingen die extra druk op werkenden leggen: slechts 6 procent accepteert tijdelijk meer werkdruk en eveneens 6 procent vindt meer uren werken aanvaardbaar.
Voor verandering op de arbeidsmarkt bestaat meer ruimte. Zo vindt 36 procent het acceptabel wanneer mensen zich moeten omscholen of ander werk moeten gaan doen. Nederlanders lijken daarmee eerder bereid om anders te gaan werken dan om harder of langer te werken.
Minder regels belangrijker dan meer technologie
Nederlanders zien productiviteitsgroei niet in de eerste plaats als een technologisch vraagstuk. Technologie, innovatie en AI worden door slechts 9 procent als eerste prioriteit genoemd. Dat betekent niet dat Nederlanders technologie onbelangrijk vinden. Zo vindt 77 procent dat technologie vooral moet worden ingezet om mensen tijd terug te geven voor belangrijker werk. Tegelijkertijd vindt zes op de tien Nederlanders (60%) dat bij investeringen in nieuwe technologie te weinig aandacht wordt besteed aan de mensen die ermee moeten werken.
“De brede steun voor innovatie is positief, maar extra geld en nieuwe technologie zijn geen garantie voor productiviteitsversnelling. De discussie over productiviteit gaat vaak over wat technologie mogelijk maakt. Meer automatisering, meer AI, meer tools. Maar techniek is nooit het hele verhaal”, zegt Roeland Ravesteijn, algemeen directeur bij Ictivity. De grootste productiviteitswinst ontstaat pas als mensen goed kunnen en willen werken met wat wordt geïntroduceerd. Investeren in nieuwe toepassingen zonder de werkvloer mee te nemen, levert daarom niet automatisch het gewenste resultaat op. Wil Nederland echt productiever worden, dan begint dat bij de mensen die het werk elke dag doen. Dat vraagt ook om aandacht voor werkprocessen, vaardigheden en adoptie.”
Nederlanders willen slimmer werken, niet harder werken
Bij de vraag wanneer Nederland daadwerkelijk productiever is geworden, staat slimmer werken centraal. Bijna de helft (47%) vindt dat Nederland productiever is wanneer mensen minder tijd kwijt zijn aan onnodig werk. Daarnaast vindt 71 procent dat Nederland eerst slimmer moet werken voordat van mensen wordt gevraagd meer uren te werken.
Over het onderzoek
Het panelonderzoek is 16 september 2026 uitgevoerd met Factsnapp onder ruim 1.000 Nederlanders. De respondenten zijn gelijk verdeeld over mannen en vrouwen.
Terug naar overzicht