Carla begon 49 jaar geleden in de zorg toen ze op aanraden van haar moeder haar kantoorbaan inwisselde voor de ziekenverzorging. Nu in 2025 kan Carla met haar pensioen in het vooruitzicht terugkijken op bijna een halve eeuw aan waardevolle zorgervaringen. De afgelopen dertien jaar is ze werkzaam in de ouderen(thuis)zorg. Hoe blikt ze terug op de ontwikkelingen in deze sector de afgelopen tijd?

 

Je werkt al lange tijd in de zorg. Hoe heb je de zorgsector zien veranderen de afgelopen jaren?

“Ik stapte de sector ooit in omdat ik het ontzettend leuk vind om met mensen bezig te zijn. Toen ik net begon was het ook heel erg leuk. Je moest natuurlijk zorg verlenen, maar er was ook tijd om ’s middags met cliënten naar het dorp te gaan om te wandelen, wat te drinken ergens of een boodschap te halen. Met andere woorden, toen was er nog tijd voor mensen. Dit kan nu niet meer in de zorg. Ik merk dat mijn jongere collega’s hun oren ook niet kunnen geloven als ze horen dat wij vroeger de tijd hadden om met cliënten op stap te gaan. Dat is de afgelopen jaren sterk veranderd.”

Hoe komt dat denk je?

“De sector is zo ontwikkeld, mede dankzij het feit dat er minder personeel is. En daarnaast moet je nu natuurlijk alles verantwoorden wat je doet. Deze administratie wordt waarschijnlijk alleen nog maar meer. Toen ik net begon was dat veel minder. Veel ging op gevoel en wat goed voelde, voerde je uit. In die zin is het geen slechte zaak dat we nu over onze zorg moeten rapporteren. Daarmee heb je bijvoorbeeld meer controle over de medicatie die mensen krijgen. Maar administratie kost ons veel tijd en dat vind ik jammer. Als de ouderen tegenwoordig een windje laten, moet ik er bij wijze van spreken vijf formulieren voor invullen.”

Wat voor invloed heeft dat op de zorg?

“Tijd wordt schaarser. Je wordt gedwongen om alles heel zakelijk te bekijken. Zo zijn onze zorgtaken heel afgeschermd geworden. We komen bij ouderen thuis voor persoonlijke verzorging, maar verder niets. We ruimen de badkamer niet op, maken de vloer niet droog en halen de krant niet meer voor ze uit de brievenbus. Dat is strikt gezien ons werk niet en mag daarom niet meer. Daar heb ik moeite mee.

En het gaat soms best ver. Zo gebruiken we sinds vier maanden kant-en-klare washandjes om ouderen mee te wassen. De redenering hierachter is dat je mensen dan niet hoeft af te drogen, waardoor je tien minuten minder bij de cliënt kunt zijn. De ouderen zelf vinden dat ik ze niet meer echt goed was. En eigenlijk hebben ze hier gelijk in. We werken met mensen, dat kun je niet zo afraffelen. Maar het moet van de baas en dat vind ik heel erg moeilijk. Als ik nu opnieuw zou moeten kiezen voor de ouderenzorg, dan weet ik ook niet of ik dezelfde keuze zou maken als dat ik 49 jaar geleden heb gedaan.”

Wat zou voor jou een oplossing zijn om tijd te besparen?

“Spraakgestuurd rapporteren heeft veel potentie om tijd te besparen. Dat gebruiken we nu een half jaar. Tegelijkertijd zie ik ook obstakels. Officieel moet de cliënt betrokken worden in wat ik over hem of haar rapporteer. Maar als ik aan de keukentafel van de cliënt de rapportage inspreek, gaat diegene natuurlijk meepraten en onderbreken. Daardoor klopt de tekst niet meer of raak ik mijn verhaal kwijt. In die gevallen kost het me juist extra tijd omdat ik de rapportage achteraf moet verbeteren. Spraakgestuurd rapporteren kan zeker een tijdbesparing opleveren, maar er zitten nog wel wat haken en ogen aan.”

Heb je de sector ook op positieve wijze zien veranderen de afgelopen jaren?

“Zeker, die kant is er natuurlijk ook. Een goed voorbeeld is de werktablet die ik altijd bij me heb. Ik ben grotendeels alleen bij cliënten thuis. Dan is het waardevol dat je alle cliëntinformatie op de tablet kunt terugvinden. Vroeger schreven we alles op in een map. Maar waar de ene collega heel uitgebreid verslag deed, deed de ander het zo beknopt dat er informatie ontbrak. Cliëntinformatie is nu up-to-date en netjes terug te vinden. Dat is absoluut een voordeel. Technologie is in die zin niet verkeerd, maar het beheerst wel heel veel.”

Hoe kijk je naar de toekomst van de zorgsector?

“Ik denk dat het belangrijk is dat er op digitaal vlak genoeg begeleiding is voor oudere werknemers in de zorg. Zeker in de ouderenzorg werken veel mensen van boven de vijftig. Hen moet je actief meenemen in de digitale wereld. Ik merk het zelf ook; ik ben niet digitaal grootgebracht en moet op dat vlak alles leren. Dat gaat me soms de pet te boven. Maar waar ik mijn mond wel opentrek hierover, zijn er genoeg collega’s waarvoor het een reden is om te stoppen. Menig (oud)collega hoor ik vertellen dat ze uit de zorg zijn gestapt omdat ze de digitale ontwikkelingen niet kunnen volgen. Dat is écht een punt van aandacht. Technologie is niet te stoppen en waarschijnlijk een groot onderdeel van de oplossing in de zorgsector, maar zorg dan wel dat iedereen erin mee kan.”

Terug naar overzicht